

NRC Handelsblad
04 April 2017, nh dinsdag


Section: Binnenland; Blz. 6
 Jos Verlaan

Dat zei Rikus Spithorst van de Maatschappij voor Beter OV vorige week in het AD. 
nrc.checkt
De aanleiding
De NS kampte in de eerste maanden van dit jaar met veel meer defect treinmaterieel en uitval dan in diezelfde periode vorig jaar, meldde het Algemeen Dagblad vorige week. Dat zou vooral het gevolg zijn van achterstallig onderhoud waar NS nu de rekening voor betaalt. 
Het AD voerde onder meer Rikus Spithorst van de Maatschappij voor Beter OV op en anonieme machinisten. „Soms staan foutmeldingen wel zes weken in het systeem", zei Spithorst. „Ja, dan val je op den duur stil."
 We onderzoeken de stelling dat achterstallig onderhoud zorgt voor toename van uitval en defecte treinen op het spoor.
Waar is het op gebaseerd?
Het AD baseerde zich onder meer op de website Rijdende treinen.NL en machinisten die de krant anoniem sprak. Volgens die site was er tot half maart 188 keer een defect aan een trein geregistreerd, ruim 60 procent meer dan in het eerste kwartaal van 2016, toen 116 keer een trein stilviel.  
Het beeld van haperend treinmaterieel als gevolg van achterstallig onderhoud werd verder versterkt door uitspraken van Rikus Spithorst van de Maatschappij voor Beter OV: „Als je meer kilometers maakt tot de volgende onderhoudsbeurt, gaat er ook meer stuk." 
En, klopt het?
De uitval van reizigerstreinen was in de eerste maanden van 2017 ontegenzeggelijk groter dan in diezelfde periode vorig jaar. Dat blijkt uit gegevens van spoorbeheerder ProRail, waaronder de punctualiteitscijfers over beide perioden. In januari en februari 2016 bedroegen de punctualiteitspercentages 95,1, respectievelijk 95,5 procent. Dat is het percentage reizigers dat op tijd de eindbestemming haalde. In de eerste maanden van 2017 was dat minder: respectievelijk 93,5 en 94,7 procent.
Maar zijn die lagere percentages louter toe te schrijven aan uitval van treinmaterieel als gevolg van defecte treinen of achterstallig onderhoud? Want treinen kunnen ook te laat komen omdat de infrastructuur (seinen, rails, wissels) kapot is. Of door calamiteiten, zoals een grote stroomstoring in januari en ingekrompen dienstregelingen als gevolg van voorspeld noodweer in die maanden. Ook dat leidt tot uitval en vertraging van treinen. 
De NS bevestigt dat de Intercity Direct „storingsgevoeliger" is dan vorig jaar vanwege nog niet weggewerkte problemen met de software. Ook de introductie van een nieuwe generatie Sprinters zorgde voor uitval omdat het personeel aan het nieuwe materieel moest wennen. Maar volgens een NS-woordvoerder is het beeld dat de website Rijdende treinen.NL opwerpt, niet altijd juist. Zo kan één stilgevallen trein een kettingreactie van stilvallende treinen opleveren, terwijl dat andere treinmaterieel niet per se stuk hoeft te zijn. Bovendien is het sinds de invoering van de nieuwe dienstregeling drukker geworden op het spoor, omdat er meer treinen rijden.
Een belangrijke graadmeter voor de vraag of hogere uitval van treinmaterieel het gevolg is van achterstallig onderhoud, is een recent inspectierapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) over het treinonderhoud door NS Reizigers. 
Afgelopen december bracht die dienst verslag uit over de manier waarop NS haar onderhoud uitvoert. „Uit niets blijkt achterstallig onderhoud, zo blijkt uit dat verslag", zegt een ILT-woordvoerder. „Het vlootbeheer van NSR is consistent en conform de wet. De Inspectie vond geen ernstige tekortkomingen", luidt de hoofdconclusie in het rapport. 
Conclusie
De uitval van treinmaterieel bij NS was in de eerste maanden van 2017 hoger dan in dezelfde periode van 2016. Maar de instantie die het onderhoud moet controleren vindt geen indicatie dat achterstallig onderhoud daar een rol bij speelt. De stelling dat die uitval daar wél mee te maken heeft, beschouwen wij dus als  onwaar.
Jos Verlaan
  
 
 